Zet alles klaar om een roux te maken. Week de vellen gelatine in water. Smelt de boter in een pan met een dikke bodem. Laat het vuur zachtjes aan totdat de boter gesmolten is. Laat de boter kort bruisen. Voeg dan de bloem toe en roer 1-2 minuten goed door. Laat de goudgele roux gemakkelijk los van de bodem, dan is het klaar.
Giet nu steeds een klein beetje bouillon en melk toe en roer de roux goed door. Het vocht wordt opgenomen door de bloem. Blijf goed roeren, de bloem zal gaar worden. Proef je roux: als het niet meer melig smaakt en glanst, is het klaar.
Nu mag je de uitgeknepen blaadjes gelatine toevoegen. Klop de eidooiers los met de room en roer dit door de ragout. Voeg het vlees toe en breng het geheel op smaak met peper, cayennepeper, eventueel wat tabasco en de peterselie. Laat de ragout een nacht in de koelkast afkoelen.
De roux is nu koud en stevig geworden. Met een ijsbolletjes-tang haal ik een balletje uit de roux. Dit balletje laat ik in de bloem vallen en rol hem vervolgens ook door de bloem. Door de bloem aan de buitenkant blijft de roux niet plakken aan je handen tijdens het rollen. Nu kun je hem eenvoudig de vorm geven die je wilt. Behalve een bitterbal, kun je er natuurlijk ook een kroketje van rollen. Rol nu de bal door het eiwit en vervolgens door het paneermeel. Eigenlijk is je bitterbal klaar en kun je hem op een schaaltje bewaren.
Hou jij van zo’n extra stevige krokante korst? Rol de bal dan nogmaals door het eiwit en door het paneermeel. Eventueel kun je de tweede maal wat grover paneermeel gebruiken als je dat lekker vindt. De bitterbal kun je ook wat strakker rollen als je hem 2 maal door de het eiwit en paneermeel rolt.
Verwarm je friteuse voor op 180 graden. Omdat de bitterballen niet koud zijn, kost het wat minder tijd om ze te bakken. Na ongeveer 3-4 minuten zijn ze klaar. Hou je bitterballen over? Geen probleem. Niemand hoeft meer te eten dan nodig. Bewaar bitterballen, ongebakken, in je diepvries.